Je voelt het al in de eerste minuut: The Jack Wharff Band is niet naar C2C gekomen om “netjes” een setje te spelen. Dit is een band die het podium op stuitert, die vertelt dat ze instrument-trucjes doen en die vooral wil dat iedereen even uit z’n hoofd komt en gewoon plezier heeft. In Rotterdam zijn ze voor het eerst in Europa, nét geland, maar de plannen zijn groot: sightseeing, knallen op het podium en vooral nieuwe muziek laten horen. In ons gesprek gaat het over hun roots in bluegrass, het moment dat ze wisten dat dit meer was dan een toevallige samenwerking, het online doorbreken met nummers als Burning It Down en Richmond City Jail, én de nieuwe EP Strange (met een volwassen, “moody” randje) die ze omschrijven als een soort gezamenlijke groeifase — compleet met een therapiesessie vóór het schrijven.
Interview met The Jack Wharff Band: eerste keer Europa, “Strange” als therapiesessie en vooral héél veel energie
Oké, ik gooi er gewoon wat vragen in—lekker los, zonder vaste structuur. Hoe voelt het om op C2C te spelen, en waar kijken jullie dit weekend het meest naar uit?
Jack trapt af: “Ik ben zó excited om C2C te spelen. Dit is onze eerste keer in Europa en ik kan het gewoon niet geloven. Ik kijk er vooral naar uit om de wereld in een andere hoek te zien, en de mensen hier te ontmoeten—mensen die onze muziek al kennen, maar ook mensen die ons nog niet kennen. En dan willen we ze een beetje proeven laten van Amerikaanse muziek, van de songs waar we aan gewerkt hebben.”
Dus ook jullie eerste keer in Nederland? En hebben jullie al iets kunnen zien van het land?
“Ja, eerste keer Nederland ook,” zegt Jack. Maar sightseeing komt later: “We zijn vanochtend pas aangekomen, dus we gaan de komende dagen veel zien.”
Wat hopen jullie dat mensen voelen als ze jullie set hebben gezien en weggaan?
Evan neemt het over: “We hopen dat mensen de energie voelen die wij het podium op brengen. We vinden het mooi als mensen de tijd nemen om naar een set als deze te komen en er gewoon van te genieten. Er zijn zoveel acts dit weekend, dus we hopen vooral dat iedereen een goede tijd heeft.”
Hebben jullie nog rituelen vlak voor jullie opgaan?
“Wij bidden elke avond,” zegt de band. “Altijd, waar we ook zijn.” Ze nemen ook een half uur rust voor de show, en in de laatste tien minuten komen ze met het hele team samen—bandleden én crew. Dan wordt er gebeden, en daarna: “We drinken allemaal een energy drink of we chant een willekeurig woord.” “Celsius,” zegt Jack. En dan volgt er nog een last-minute praktische realisatie: ze weten niet zeker of je die hier in Nederland überhaupt kunt krijgen. “Als je ’m niet lekker vindt,” grapt iemand, “dan ligt het aan het feit dat we ‘m hier niet hebben.”

En wat voor energie kunnen we verwachten van jullie vanavond?
Evan lacht: “Veel springen. We gaan helemaal los vanavond, zoals altijd. Het is eigenlijk gewoon: wij die op het podium feest vieren—plezier hebben, dansen, een beetje chaos.” En dan komt het detail dat je als festivalbezoeker graag hoort: “We doen ook wat trucjes met onze instrumenten hier en daar.”
Waar begon jullie liefde voor country en bluegrass?
Jack vertelt dat het al vroeg in huis zat: “Mijn vader speelt bluegrass. Hij zit al in een bluegrassband sinds vóór ik geboren werd—en nog steeds. Mijn moeder nam me in het weekend mee om hem te zien spelen in verschillende venues in Richmond, Virginia. Hij heeft me altijd goede muziek laten horen toen ik jong was.” En het klinkt bijna als een motto: “Ik wil elke dag meer op hem lijken.”
Is hij ook zanger?
“Ja,” zegt Jack. “Hij zingt ook en speelt gitaar.”
Welke song in jullie set betekent op dit moment het meest—en waarom?
Jack hoeft niet lang na te denken: “Washed, zeker. Dat is ons verhaal. Het is de beste manier waarop we kunnen uitleggen wie we zijn en waarom we dit doen. Het is een nummer over hoe Jezus Christus ons leven heeft gered. Het is ons getuigenis.”
Wie zijn jullie grootste invloeden—en waar luisteren jullie zelf naar?
Het antwoord is een mooie mix van roots en breedte. Jack: “Tyler Childers, Tony Rice en The Beatles.” Garrett noemt weer andere fundamenten: “John Denver, Willie Nelson en The Grateful Dead.” Evan gaat richting gitaarhelden: “Stevie Ray Vaughan, David Gilmour van Pink Floyd—de laatste tijd vooral—en John Mayer.” Joost haakt nog even in op dat John Mayer-gevoel in Evan’s gitaarspel. Evan geeft toe: “Een beetje, ja.”
Als jullie overal ter wereld één droomvenue mogen kiezen, welke is dat dan?
Jack is duidelijk: “Red Rocks.” Garrett noemt een Europese droom die meteen realistisch klinkt: “De O2 Arena—en die mogen we deze trip ook spelen, dus daar ben ik echt heel excited over.” Evan heeft er twee: één vanuit thuis en één vanuit geschiedenis: “Capital One Arena in D.C., omdat dat mijn hometown is. Maar Wembley Stadium… ik ben een enorme fan van Live Aid. Queen, Dire Straits en al die acts—dat is zó insane. Dat zou zó vet zijn.”
Jullie verhaal begon bij een open mic in Richmond. Wanneer wisten jullie: dit is meer dan een eenmalige samenwerking?
.Er is even verwarring omdat Joost zichzelf corrigeert (“had ik mijn research wel goed?”), maar de band stelt hem gerust: hij zat goed, alleen één detail in de vraag was net anders. En dan komt Garrett met het antwoord dat je bijna als filmquote kunt gebruiken: “Ik wist het vanaf de eerste chord.” Hij vertelt hoe Jack hem en Ryan (de bassist) spontaan het podium op riep: “We gelden meteen. Het voelde alsof we al jaren samen speelden.” En zodra ze van het podium afstapten, was het helder: “Ik wist dat ik het met niemand anders meer wilde doen.”
Weet je nog welk nummer dat was?
Garrett lacht: “Geen idee hoe het heet… maar ik kan het nog steeds spelen.” Jack helpt: “Wake Me Up.” Garrett: “Ja, dat is een throwback. Echt oud.” Jack: “Maar ik kan ‘m nog steeds spelen.”

Nummers als Richmond City Jail en Burning It Down gingen online hard. Was er een moment dat jullie dachten: oké, dit wordt groter dan we dachten?
Jack vertelt dat hij altijd al geloof had in de band, maar dat het pas écht landde toen hij het online zag samenkomen: “Toen we dingen begonnen te posten, zoals Burning It Down en Richmond City Jail, dacht ik: oh mijn god… mensen vinden dit echt goed. Ze geloven hierin. Ze vinden onze original songs vet.” Dat moment veranderde ook hun focus: “Toen dacht ik: we doen geen covers meer, boys. Dit is sick. Ze willen ónze muziek horen.” En toen kwam Washed: “Toen dacht ik: oh man… here it goes. Hier gaan we. Tijd om alles op orde te krijgen, want dit gaat weer gebeuren.” Hij hoopt vooral dat er nog zo’n moment komt, maar dan voorbereid: “Hopelijk doet een volgende song hetzelfde, en dan zijn we er klaar voor.”
Over nieuwe muziek gesproken: er is een nieuwe EP aangekondigd—Strange. Wat kunnen we verwachten?
Evan legt uit dat de band altijd bewust werkt, maar dat dit project extra dichtbij voelt: “We zijn heel intentioneel met al onze songs, maar dit is er één die heel recent en heel eerlijk is.” Het thema is volwassen worden—en hoe dat soms vreemd aanvoelt: “We zijn het afgelopen jaar verhuisd—Garrett ook—weg van huis. En deze EP draait om dat ‘moody’ gevoel van alle emoties die daarbij komen. Alles voelt ineens… vreemd. Je groeit op. Je gaat dieper de volwassenheid in.” Volgens Evan kwam het heel natuurlijk samen: “Het voelde heel echt. Het kwam vanzelf. We kunnen niet wachten om het te delen.”
Welk deel van deze EP voelt het meest persoonlijk?
Jack wijst één nummer aan: “Strange is die song voor ons.” Hij vertelt hoe het begon als een lang gesprek: “We hebben een uur gepraat over hoe we ons voelden over thuis, voor het eerst weggaan, onze dromen najagen… en hoe het leven had kunnen zijn als we dat níet hadden gedaan.” En dan zegt hij iets wat veel artiesten herkennen, maar niet iedereen hardop zegt: “Het voelde als een kleine therapiesessie voordat we het nummer schreven.” Evan knikt: “Muziek is ons outlet.”
Dan nog iets luchtigs: wat is jullie go-to karaoke song?
Evan twijfelt even, maar kiest dan voor een klassieker waar hij zelf al bij zegt dat het spannend wordt: “Tennessee Whiskey. Ik ga die noten niet halen, maar het is leuk om het te proberen. Of anders Don’t Stop Believin’ van Journey.” Jack gaat voor een persoonlijke favoriet: “All Your’n.” “We spelen die vaak live, maar hij blijft altijd leuk om te zingen—en ik hou gewoon van Tyler’s stem.” Garrett kiest zonder twijfel: “A Country Boy Can Survive. Ik heb dat nummer mijn hele leven gehoord. Je moet er gewoon voor gaan.”
Tot slot: heb je een boodschap voor Europese fans—of mensen die jullie voor het eerst horen op C2C?
Jack wordt zichtbaar oprecht: “We houden zoveel van jullie. Het is een absolute eer om in een ander land te mogen spelen en te doen wat we het liefst doen. Dank jullie wel voor alle support—op welke manier dan ook.” En dan komt de kern van hun verhaal terug: “En: Jezus houdt van jullie. Dat is de reden waarom we dit doen. Hij heeft ons leven veranderd.” Jack vraagt luisteraars ook om echt te letten op hun teksten: “Kijk goed naar onze lyrics en waarom we doen wat we doen.” En dan eindigt hij met iets simpels dat precies past bij het festivalgevoel: “Heb een goede tijd. Vind vreugde in het leven, in de kleine dingen, en kom naar shows.”
En alsof de band het zelf al doorheeft: dit soort interviews worden vaak het leukst als je nog even doorpakt met een mini spelletje. Dus doen we nog een lightning round. Kleine intieme show of groot festivalpodium? “Intiem.” Akoestisch of vol elektrisch? “Vol elektrisch—kom op.” Rit ’s nachts of ’s ochtends? “Nacht. Volle nacht.” Meezingen met de crowd of totale stilte tijdens een klein lied? “Crowd singing.” Boots of sneakers? Daar komt nuance: op het podium cowboy boots, daarbuiten sneakers—al geven ze toe dat er soms ook gewoon dunks op het podium verschijnen. En liever een oude hit spelen of een risky nieuwe song debuten? “Risky new song. Honderd procent.”



