Boaz Roelevink: "Als ik kippenvel krijg, weet ik dat het klopt"
Een gesprek over Friesland, Zuid-Afrika, onderweg zijn, songwriting en country die pas werkt als het verhaal echt is
Boaz Roelevink praat zoals hij schrijft: beeldend, muzikaal en steeds terug naar de kern. Niet naar de buitenkant van country, maar naar het verhaal eronder. In dit gesprek vertelt hij hoe zijn Friese roots, zijn jeugd in Zuid-Afrika en zijn leven onderweg samenkomen in liedjes die herkenbaar moeten blijven, ook als alles wordt teruggebracht tot stem en gitaar. Het gesprek laat een artiest horen die country niet benadert als decorstuk, maar als taal voor echte verhalen. Zijn wegen heten N31, Noorderhaven en Harlingen, maar zijn kompas is herkenbaar voor iedereen die wel eens onderweg is geweest tussen waar hij vandaan komt en waar hij naartoe wil.
Je muziek wordt vaak ergens tussen pop, country en soul geplaatst. Wanneer weet jij zelf: dit is nog echt Boaz? En wanneer wordt het te netjes of te bedacht?
Voor mij begint dat bij waar ik vandaan kom. Ik ben geboren in Friesland, daarna als klein kind naar Zuid-Afrika verhuisd en op mijn tiende weer teruggekomen in Harlingen. Die eerste jaren vormen je enorm. Later ben ik pas echt gaan voelen hoe sterk mijn Friese roots zijn, maar ook hoeveel Zuid-Afrika in mij zit. In de studio vertel ik dat altijd aan de mensen met wie ik schrijf. Ze moeten weten waar mijn verhaal begint. Ik probeer via mijn muziek een verbinding te leggen tussen Zuid-Afrika, Harlingen, Friesland en uiteindelijk ook de Randstad en andere plekken in Nederland. Een Boaz-liedje moet klinken alsof de muziek en het verhaal elkaar nodig hebben. Een vrolijk uptempo arrangement onder een droevige tekst werkt voor mij niet. Het moet klikken. En als ik kippenvel krijg, dan weet ik dat het goed zit.
Is "In The Moment" daar een goed voorbeeld van?
Ja, heel erg. In dat nummer zing ik over de N31. Dat klinkt misschien bijna Amerikaans, maar voor mij is het gewoon de weg tussen Harlingen en Leeuwarden. Eerst had ik coupletten geschreven over een busrit door Amsterdam. Ik had dat wel meegemaakt, maar ik voelde er geen echte connectie mee. Het gaf geen kippenvel. Later zat ik met mijn zusje in de auto en zei ze: "Boaz, moet je kijken, die zonsondergang." Ik had een half uur zitten rijden zonder het echt te zien. Toen dacht ik: ik heb dit de hele tijd voor me gehad, maar ik zat alleen maar in mijn hoofd. Ik moet in het moment leven. Daar zat het liedje ineens.
Komt zoiets dan in een keer uit je pen, of ligt zo’n idee langer te wachten?
Dat verschilt. Soms ben je lang aan het zoeken. Dan heb je mooie zinnen, mooie beelden, maar nog niet het verhaal. En ineens valt het kwartje en gaat het snel. Bij een nieuw liedje, "Man Of The World", gebeurde dat ook. Ik voelde me vroeger in Friesland soms dat jongetje uit Zuid-Afrika, en in Zuid-Afrika juist dat jongetje uit Nederland. Dan ga je nadenken: wat ben ik dan? De term "man of the world" paste daarbij. Zolang ik met mijn vriendin en mijn gitaar ben, voel ik me eigenlijk overal thuis. Maar ook daar moest ik schrappen. Eerst had ik beelden geschreven die heel country klonken, maar niet echt van mij waren. Toen kwam ik uit bij de Noorderhaven in Harlingen. Dan wordt het ineens mijn verhaal.
Je noemt Friesland en Zuid-Afrika vaak als twee werelden. Welk geluid of ritme uit die werelden hoor ik nog steeds terug in je muziek?
De rode draad is countrymuziek. Waar ik ook was, country was er altijd. Mijn vader had vroeger zo’n oude Mercedes. Dan zat ik als kind tussen mijn ouders in, rijdend tussen de wijnvelden, en dan draaiden er artiesten als Vince Gill, The Judds, Randy Travis en country gospel. Dat geluid zat altijd in huis. De muziekinstallatie stond vaak gewoon aan. Als ik later thuiskwam, hoorde ik weer country uit de hoek komen. Dat is nooit weggegaan. Mijn favoriete countrylied is nog steeds "Country Gospel". Dat gevoel, die warmte en dat verhaal, dat zit diep.
Country draait vaak om waar je vandaan komt, wat je kwijtraakt en waar je toch weer naar teruggaat. Welk thema blijft zich bij jou opdringen, ook als je over iets anders begint te schrijven?
Onderweg zijn. Ik ben altijd onderweg. Ik rijd ontzettend veel, soms zestig- tot tachtigduizend kilometer per jaar. Harlingen-Amsterdam, Harlingen-Haarlem, weer terug. Ik woon heel graag in Friesland en als ik in Nederland blijf wonen, blijf ik hier. Maar je zit wel veel in de auto. Dat onderweg zijn is een groot deel van mijn leven geworden. Misschien past het daarom ook zo goed in mijn muziek. Het is letterlijk en figuurlijk: ergens vandaan komen, ergens naartoe gaan, en ondertussen proberen te begrijpen wie je bent.
Bij "Keep It Simple" leek de titel bijna een artistiek programma: niet overdrijven, niet versieren om het versieren. Is eenvoud nog steeds je kompas, of durf je inmiddels groter te produceren?
Toen ik met "Keep It Simple" begon, wist ik nog bijna niets. Ik deed covers, schreef een beetje, en via via kwam ik in contact met Maurice van Hoek. Dat klikte zo goed dat er uiteindelijk een plaat lag. Maar ik had nog nooit in een studiomicrofoon gezongen. Ik wist amper wat een clicktrack was. Dan is simpel houden ook een manier om het eerlijk te laten werken: gewoon de band, het liedje en de stem. Inmiddels ben ik veel verder. Ik heb de afgelopen jaren eigenlijk niets anders gedaan dan muziek maken, schrijven en optreden. Dan ontwikkel je snel. Ik wil nu liedjes maken die mensen verbinden en country bij een groter publiek kunnen brengen. Maar de basis blijft hetzelfde: als een liedje overeind blijft met alleen mijn stem en een gitaar, dan is het goed. Alles wat je daarna toevoegt, moet het verhaal sterker maken, niet verstoppen.
Dus als alles wordt weggemixt en alleen jouw stem en gitaar overblijven, moet het nog staan?
Ja. Sterker nog, als ik een liedje moet inzingen, lees ik de tekst soms eerst hardop voor. Als een soort preacher. Zonder gitaar, zonder productie. Dan hoor ik of het verhaal klopt. Bij "In The Moment" kan ik dat doen: de N31, de zonsondergang, de velden, mijn hoofd dat te vol zit. Als zo’n tekst hardop al iets oproept, dan weet ik dat de basis goed is. Zo oefen ik ook. Het moet geloofwaardig blijven voordat er ook maar iets omheen komt.
Je hebt gewerkt met schrijvers en muzikanten zoals Maurice van Hoek en Mercy John. Wat leer je van ervaren schrijvers dat je niet uit een opleiding of talentshow haalt?
Ik leer in elke sessie weer iets nieuws. Ik deed een popopleiding in Leeuwarden, maar op een gegeven moment zeiden mijn ouders: wij denken dat je moet stoppen met die studie en gewoon een plaat moet maken. Dat hoor je niet vaak. Veel ouders zeggen juist: doe eerst een veilige studie. Mijn ouders zeiden: ga ervoor. Daarna ben ik veel gaan schrijven met Maurice en later met andere schrijvers. Van iedereen leer je weer een andere manier van kijken. Door "Catch A Rainbow", dat TopSong werd op NPO Radio 2, kreeg ik de kans om met hele goede schrijvers in Nederland te werken. Daar leer ik enorm veel van. En ik neem dat meteen mee naar de volgende sessie.
Er is ook een nieuwe stap gezet: je bent officieel getekend als schrijver bij Pennies From Heaven publishing. Wat betekent dat voor jou.
Dat is echt bijzonder. We zijn daar al een paar jaar mee bezig en nu is het gelukt. Mijn eerste publishingcontract is binnen. Voor mij voelt dat als erkenning voor het werk dat ik in songwriting heb gestoken. Niet alleen als artiest, maar echt als schrijver. Dat is een vak waar ik steeds beter in wil worden.
"Catch A Rainbow" kreeg ineens een groter publiek. Kan succes een liedje ook groter maken dan je bedoeling was?
Je kunt nooit precies voorspellen wat aanslaat. Als iemand dat kon, was diegene de man. Bij "Catch A Rainbow" had ik het zelf niet per se verwacht. Soms denk ik: dit liedje gaan mensen misschien niks vinden, en dan zegt het label juist: dit is fantastisch. Muziek blijft smaak. Country is nu populairder in Nederland, maar uiteindelijk moet je zelf blijven voelen wat klopt.
New country is vaak strak geproduceerd, ritmisch en radiovriendelijk, maar de beste songs leunen toch op ouderwetse storytelling. Waar zit voor jou de balans tussen moderne sound en rootsgevoel?
In het verhaal. Country is voor mij storytelling. Je moet niet alles mooier maken dan het is. Als iets vervelend is, dan is het vervelend. Dan moet je dat niet half vertellen. Je moet de emotie laten zien. Wat ik ook belangrijk vind, is een duidelijke setting. Ik geef soms songwriting les en dan neem ik iemand mee naar een park of terras. Wat zie je? Wat ruik je? Wat hoor je? Wat proef je? Vanuit die zintuigen ontstaat vaak meteen een liedje. Als je de setting goed neerzet, snappen mensen waar ze zijn. Dan voelen ze het. Daarom werken regels over de N31 of de Noorderhaven voor mij. Ze zijn concreet. Ze zijn echt.
Je kiest liever voor de N31 dan voor de Amerikaanse pick-up truck als dat dichter bij jou ligt. Moet Nederlandse country zich spiegelen aan Nashville, of juist eigenzinniger durven zijn?
Mensen moeten vooral doen wat ze willen. Ik vind het heel vet als Nederlandse artiesten vol voor Nashville gaan. Maar voor mij moet het kloppen met mijn leven. Ik kan niet zomaar zingen over een nieuwe pick-up truck als dat niet mijn werkelijkheid is. Hier in Harlingen zie ik oude Land Rover Defenders bij de haven. Op Terschelling kan een pick-up truck logisch zijn als je voor een strandtent werkt. Het gaat erom dat het beeld klopt bij de plek en bij de persoon. Als ik ooit naar Nashville ga, kom ik misschien met zo’n plaat terug. Maar tot die tijd moet ik niet doen alsof ik daar vandaan kom. Ik wil mezelf niet verliezen in een stijl.
Er komt nu meer zichtbaarheid, meer druk en waarschijnlijk ook meer keuzes. Waar wil je over een paar jaar niet op terugkijken met de gedachte: daar ben ik iets kwijtgeraakt?
Ik wil mezelf niet kwijtraken in het proces. Soms dacht ik even dat dat gebeurde, maar later merkte ik: ik raak mezelf niet kwijt, ik ontwikkel mezelf. Ik maak keuzes uit ervaring. Dat is iets anders dan jezelf verliezen. Deze nieuwe plaat maakt me dat nog duidelijker. Ik wil terug kunnen kijken en denken: ik ben gegroeid, ik heb er tijd en moeite in gestoken, maar ik ben nog steeds mezelf. Daar ben ik trots op.
Als luisteraars na dit interview een nummer van je opnieuw opzetten, waar hoop je dan dat ze beter op letten: de tekst, de stem, de productie of het verhaal erachter?
Het verhaal en de tekst. Ik ben echt een tekst- en verhaalmens. Een productie kan prachtig zijn, maar voor mij begint het bij schrijven en spelen. Daar zit het gevoel. Als ik een liedje schrijf en kippenvel krijg, zie ik waar het naartoe gaat. En als ik het speel, dan staat het er. Dat is eigenlijk altijd zo geweest. Als klein jongetje zat ik al met een gitaartje in Zuid-Afrika. Dat is nooit veranderd.



